Deze school is een veilige plek voor jongeren

Schoolkeuze: ouders over de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs.

Lekker buiten en veel praktijk. De beide zoons van Hans Bakker wisten al halverwege de basisschool dat ze het groene onderwijs in wilden.

 

‘Ik denk dat hun belangstelling voor groen vooral is ontstaan door ons vakantiehuisje in Lemelerveld’, zegt Bakker. ‘Daar raakten Jelle en Boris al snel vertrouwd met het werk op een boerderij. Nog steeds werken ze er met veel plezier elke zaterdag en in de vakanties.’ Jelle, die van klimmen en bomen houdt en interesse heeft in techniek, doet inmiddels de mbo-opleiding Bos- en natuurbeheer. Zijn jongere broer Boris zit in klas drie van Zone.college.

Goede herinneringen
De beide jongens en hun ouders zijn heel tevreden met de keus voor Zone.college. Bakker: ‘De school is een veilige plek. Er is een mooie balans tussen ruimte voor jongeren en begrenzing in de vorm van heldere regels. De lijntjes met mentoren zijn heel kort – we kregen meteen hun mobiele nummer – en het beleid ten aanzien van schoolverzuim is goed. Wat ik ook mooi vind, is dat je de zorg voor de omgeving, die op deze school belangrijk is, terugziet in het gebouw, de houding van docenten en de manier van met elkaar omgaan. Jelle heeft goede herinneringen aan de school, onder andere aan de novemberfeesten en aan het uitwisselingsproject met een Italiaanse studente. Ook Boris, die wat meer tijd nodig had om uit zijn schulp te kruipen, gaat graag naar school en heeft het er fijn.’

Verademing
Dat Jelle en Boris dyslexie hebben, speelde mee in de schoolkeuze. Bakker: ‘Ons onderwijssysteem is heel talig. Op de basisschool bleven ze daardoor in een uitzonderingspositie. Bij Zone.college is het werken met dyslexiesoftware heel normaal. Dyslexie is daar geen issue. Dat was zo’n verademing.’ Toch zit in die begeleiding volgens hem nog wel een verbeterpunt: ‘Boris schaamt zich voor zijn dyslexie en komt er daarom niet uit zichzelf mee. Wij als ouders moeten de docenten er nog vaak op wijzen. Niet omdat we willen dat ze hem een etiket opplakken – juist niet – maar zodat er op een onopvallende manier rekening mee kunnen houden.’